Stap 4

Hoeveel hout kan ik oogsten en toch substantieel natuurwaarde behouden?

De natuurwaarde van bos is maximaal als alle ontwikkelingsfases en successiefases van het bos, in een min of meer natuurlijk patroon, in het bos aanwezig zijn. Dus ook de vervalfase met dood hout, staand en liggend, in verschillende stadia van afbraak.

Hoe meer je oogst hoe kleiner de kans is dat er oude en dikke bomen komen. Of dikke dode bomen en dood hout. Hoe lager de natuurwaarde dan dus wordt. Dat betekent dat een deel van de bijgroei, feitelijk een deel van de bomen, niet voor oogst in aanmerking kan komen. Dat hoort ook bij natuurvolgend bosbeheer.

Hoeveel bomen sparen?

Dat is een keuze die elke bosbeheerder zelf moet maken. De keuze voor natuurvolgend bosbeheer impliceert dat natuurwaarde substantieel aanwezig is, en blijft, in het bos, of toeneemt als de uitgangssituatie nog een lage natuurwaarde heeft. Hoe substantieel dat mag zijn, is aan de eigenaar om te bepalen. Wel geldt: hoe groter het aandeel van de bijgroei dat wordt gebruikt voor financieel gewin, hoe lager de natuurwaarde wordt, en andersom.

 Welke bomen sparen voor natuurwaarde?

Tijdens het dunningsproces wordt er gericht gewerkt aan het sparen van de bomen met de, financieel, meest waardevolle stam. Dat worden daardoor de oudste en dikste bomen. Het is niet logisch dat juist díe bomen gespaard gaan worden voor natuurwaarden, eerst lange tijd als heel dikke boom en daarna als dode boom. Daarvoor moeten dus andere bomen worden aangewezen.

Tijdens de groei gaat een aantal bomen spontaan dood, door wat voor reden dan ook, en een aantal zal tijdens stormen omwaaien. Dat zijn de meest logische kandidaten voor de vervalfase met dood hout. Daarmee hebben we nog geen hele dikke bomen, en dikke dode bomen, ten behoeve van de natuurwaarden. Daarvoor moet er in een eerder stadium een aantal bomen, of moeten zelfs delen van het bos, worden aangewezen.

Stap 5: Hoe verjongt het bos zich op natuurlijke wijze?