Stap 6

Hoe wordt het bos robuust, meer bestand tegen stormen en plagen?

Hoe groter de diversiteit in het bos, hoe robuuster het bossysteem is. Dat betekent dat het zowel fysiek (vooral storm) als ecologisch (ziekten en plagen) tegen een stootje kan. Dat geldt zowel voor de verscheidenheid aan boomsoorten als aan leeftijden. Er is dan veel structuur in het bos.
Een structuurrijk bos heeft de minste kans op grootschalige schade door stormen of plagen.

Als je de ontwikkeling van het bos aan de natuur overlaat, ontstaat er altijd wel een vorm van verscheidenheid – van zeer divers tot weinig divers, met alle variaties daartussen. Daar hoef je dus weer niets voor te doen.

Het tegenovergestelde geldt ook, hoe kunstmatiger het bos, hoe kwetsbaarder het is voor storm, ziekten en plagen.
De eenvormige dennen- en sparrenakkers die in de vorige eeuw zijn aangelegd, hadden daar dan ook regelmatig onder te leiden. Geregeld werd grote schade aan het bos toegebracht, en gingen investeringen verloren.

Stormschade in éénvormige, aangelegde dennenakkers.

Bossen die natuurvolgend zijn ontstaan hebben nooit geld gekost en zijn een, min of meer, natuurlijk systeem. In die zin kan er nooit “schade” in ontstaan. Er is immers nooit een financiële investering voor gedaan. Die kan dus ook niet verloren gaan. “Schade”, zoals storm, in zo’n bos kan hoogstens leiden tot minder inkomsten dan je had gehoopt. Maar dat is inherent aan het systeem. Je krijgt wat je krijgt, en dat is het. Misschien minder inkomsten, maar zeker minder kosten-pijn.

Als we toch iets willen doen om de kans op “schade” te verkleinen, moeten we helder voor ogen blijven houden met welk doel dat dan gebeurt. Als het doel is om het bos robuuster te maken om dan meer geld te kunnen verdienen, dan is het geld verdienen het doel. Het robuuster maken, is het middel, geen doel. De hogere opbrengst die we verwachten te krijgen moet de kosten die de uitvoering van het middel vereist, wel altijd rechtvaardigen. Als daar twijfel over bestaat, geldt altijd: niets doen!
In de praktijk betekent dit dat we elke heterogeniteit die er al is, zo veel mogelijk versterken. Bij voorbeeld door boomsoorten die in de minderheid zijn te sparen bij het uitdunnen. Bijna alle andere ingrepen die tot meer variatie in het bos leiden, zoals openingen kappen of boomsoorten bijplanten, kosten meer, of leiden tot meer inkomstenderving, dan het bos later aan extra inkomsten, als gevolg van die ingreep, oplevert.

Als er binnen het bos veel leeftijdsverschillen tussen de bomen zijn, dan is het bos ook robuust. Leeftijdsverschillen in het bos ontstaan als er nieuwe leefruimte ontstaat wanneer grote bomen gekapt worden (als ze hun financiële doeldiameter hebben bereikt).
Zo’n nieuwe leefruimte kan je ook maken door een groep bomen te kappen. Maar omdat de bomen uit een groep nooit allemaal op hetzelfde moment de financiële diameter bereiken, wordt er dan altijd ontijdig gekapt. Ontijdig betekent dat bomen nog niet kaprijp zijn. Dat veroorzaakt dus inkomstenderving. Inkomstenderving zijn te beschouwen als “kosten”. Als die “kosten” groter zijn dan de meerwaarde die we hopen te verkrijgen door het bos robuuster te maken, dan zijn we dom bezig. En bij twijfel daarover? Dan niet doen.

Het streven om in het bos de ideale spreiding in leeftijden, diameters, of voorraden te krijgen is zinloos. Het is niet eens uitvoerbaar. Het bos accepteren zoals het is, heeft toch wel erg veel voordelen en het biedt een zeer stabiele basis om op te bouwen.

Robuust bos, met diverse boomsoorten en leeftijden: veel structuur.

Stap 7: Hoe winstgevend kan het zijn?